Sneeuwwitje

Een giftige appel? Ach arme stakker! Wie kust Sneeuwwitje nu wakker?


In een ver land hier vandaan, zat een koningin voor haar raam. Zij zat kleertjes te breien en ondertussen te dromen. Plots viel er sneeuw in de tuin tussen de bomen en tegen het raamkozijn. De koningin dacht aan hoe graag ze een kindje wilde, wat zou ze dan gelukkig zijn!

Niet veel later kwam haar droom uit. Sneeuwwitje, werd de naam van de kleine spruit. Helaas werd de koningin ziek en stierf heel snel. Voor Sneeuwwitje was het toen uit met het kinderspel. Haar vader ontmoette namelijk een andere vrouw. Van buiten was zij prachtig, maar van binnen heel grauw.

De boze stiefmoeder was arrogant en erg verwaand. Zo erg dat ze zichzelf de allermooiste waant. “Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste in het land?”, vroeg de nieuwe koningin. En die jammerlijke spiegel, gaf de koningin haar zin. “Mooi is zij die in mij kijkt, geen die aan haar schoonheid reikt!”. Ondertussen werd Sneeuwwitje steeds groter en alsmaar mooier… wat een schoonheid! Zo mooi, dat de koningin haar benijd.

Sneeuwwitje groeide en groeide, en werd nog mooier dan de koningin! Ook de toverspiegel zag dat in. “Al bent u mooi, toch zeg ik u: Sneeuwwitje is veel mooier nu!”. De koningin werd boos en haar gezicht vuurrood. Zij dacht: Sneeuwwitje, die moet dood! Ze gaf haar jager de opdracht dat Sneeuwwitje het bos niet meer mocht verlaten. Hij moest haar doden en in het donkere bos achterlaten. Met Sneeuwwitjes hart moest hij haar dood bewijzen… en de jager vertrok, vol afgrijzen. Hij was een goede man en zei tegen Sneeuwwitje: “Ren weg en kom nooit meer terug! Pas op voor de koningin, ga nu vlug!”. Sneeuwwitje schrok en verdween tussen de bomen. Maar waar moest de jager nu mee thuis komen? Hij piekerde zich suf en kreeg een idee. Hij doodde een hert, en nam het hart voor de koningin mee.

De koningin was trots en blij. De allermooiste, dat was zij! Ondertussen liep Sneeuwwitje in het bos, helemaal alleen en zonder thuis. Maar tussen de bomen, zag ze plots een huis. Het was erg klein en niemand deed open… zachtjes is zij toen naar binnen geslopen. In het huis was alles keer zeven. Zeven stoeltjes, zeven bordjes, zeven bedjes, wie zou hier toch leven? Sneeuwwitje had honger gekregen en op tafel wat eten. Hmmm… een klein hapje, dat zal niemand weten! Na het eten begon Sneeuwwitje flink te gapen. En ze besloot in een van de zeven bedjes te gaan slapen…

Toen het donker werd kwamen er zeven dwergen naar het huis. Die hadden heel snel door: hier is iets niet plus! De eerste dwerg vroeg: “wie heeft er op mijn stoel gezeten?”, en een ander zei: “wie heeft er van mijn bord gegeten?”. Na even zoeken werd Sneeuwwitje ontdekt. Ze waren vol bewondering maar hebben haar niet gewekt. Pas de volgende ochtend opende Sneeuwwitje haar ogen. Waar was ze nou, ze kon het niet geloven! De zeven dwergen stelden Sneeuwwitje wel duizend vragen. Sneeuwwitje antwoordde en vertelde dat de koningin haar wilde verjagen. “Wat erg, wat zielig!”, zeiden de dwergen. En Sneeuwwitje? Die mocht zich bij hen verbergen.

Sneeuwwitje zou voor het huis van de dwergen zorgen. Ze poetste en maakte ontbijt, telkens weer, elke morgen. Ondertussen vierde de koningin een groot feest. Want Sneeuwwitje, die was er geweest! Totdat haar spiegel tegen haar zei: “Sneeuwwitje is het mooist van al! En u mevrouw, in geen geval! Zij woont bij de zeven dwergen nu, en is veel mooier dan u!”. De koningin vroeg woest: “waar wonen die dwergen? Zeg het mij, of ik sla je in scherven!’’.

De koningin probeerde Sneeuwwitje te doden, keer op keer. Maar telkens redden de zeven dwergen haar weer. Toen ging de koningin het bos in om Sneeuwwitje een giftige appel te geven. Sneeuwwitje nam en hap en de appel maakte een einde aan haar leven. Dagenlang hebben de dwergen naast de glazen kist getreurd. Ze konden niet geloven wat er was gebeurd.

Plots verscheen daar een prins te paard, knap en galant. Hij vroeg aan de dwergen, wat is hier aan de hand? Zij vertelden hem over het mooie meisje Sneeuwwitje en hoe zij gestorven was. De prins wilde haar zien en zette zijn voeten in het gras. Hij boog zich over de kist naar Sneeuwwitjes gezicht, maar verloor daarbij zijn evenwicht! Samen met de prins viel Sneeuwwitje in haar kist op de grond. En toen? Toen kwam de giftige appel uit haar mond!

Sneeuwwitje zag de prins en werd op slag verliefd. Ook de prins voelde vlinders in zijn buik en vroeg: “wil je met mij meegaan, alsjeblieft?”. Samen vertrokken ze naar zijn land, en daar vroeg de prins om Sneeuwwitjes hand. Ze waren dolgelukkig en trouwden al vlug. Toch ging Sneeuwwitje nog vaak naar de zeven dwergen terug. Het plan van de boze koningin was weer mislukt. Boos heeft ze de spiegel van de wand gerukt…